www.scheveningenradio.nl

Old stations never die, they just fade away...

Saturday
May 19th
Text size
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Scheveningen Radio

MIJN DIENSTTIJD OP SCHEVENINGEN RADIO PCH

(1957-1959  1965-1972)

JAN FERNHOUT OP PCH TIJDENS MORSEVERBINDING MET SCHIP

(Foto: PTT persdienst, dec. 1967)

Vervolg uit het hoofdstuk De Voorbereiding.

Ook met de directeur van Scheveningen Radio (PCH) in IJmuiden, de heer C. van Geel, had mijn Radio Technische School in Haarlem goede relaties. Daardoor was het gebruikelijk dat je er als tweedejaars reservediensten kon lopen. Meestal als radiotelefonist, maar ook op de seinzaal aan de 'bladenkast', een centraal punt te midden van de radiotelegrafisten. Van daaruit werden de telegrammen van en naar de schepen gedistribueerd. Zeven jaar later, van mei 1965 tot mei 1972 zou ik op PCH zèlf één van die telegrafisten zijn.

Hoewel mijn vader om principiële redenen enigszins bezwaar maakte tegen werken op zondag als het niet beslist noodzakelijk was, zette ik mijn zin door, want het 'langs de lijn' meebeleven van mijn toekomstige vak was een buitenkansje en dat wilde ik voor geen goud missen. Ook de afstand Santpoort-Noord (Narcissenstraat 13) - IJmuiden middensluis was 7 km. Bovendien zouden de collega's die ik hier leerde kennen, mijn toekomstige verbindingscollega's worden. En zo gebeurde het dat ik in de loop van 1957 tijdens een schoolvakantie in de seinzaal dagelijks de opleiding bladenkast kreeg en daarna in de weekends zelfstandig deze taak kon uitvoeren. Dan ontving je een telegram met de tekst op plakstrookjes b.v.: "Uw dienst zaterdag 16-23". Ondertussen luisterde je naar het geklik van de seinsleutels om je heen, naar de morsetekens die soms luid uit de koptelefoons klonken en naar de commentaren van de telegrafisten op het seinschrift van de 'chef kok', zoals sommige KNSM-groentjes minachtend werden genoemd. Ongemerkt deed je een dosis praktijk op en je voelde je helemaal opgenomen in de sfeer, die mijn beroep zou uitstralen. Vooral in het begin, hoorde ik tot diep in de nacht, terwijl ik in bed lag, de morsetekens nog in mijn hoofd en het leek werkelijk alsof ik echte berichten lag te nemen.

De chefs-seinzaal waren meest oudere heren die al vóór de oorlog en er na hadden gevaren; ik noem o.a. Van Grootheest, Van Vleuten, Henk Esmeijer, Das, Huib Oirbans, Hoebe, Louis de Fauwe. En als ze geen chefdienst hadden, zaten ze als telegrafist de Noordzee en omstreken te bewaken op de ó zo belangrijke noodfrequentie, de 500 kHz (600 m.), waar het ontzettend druk was met schepen en kuststations die elkaar met morse aanriepen. Het leuke was dat het kuststation op de sluizen was gelegen, tussen de Noorder- en de Middensluis. Elk schip dat er langs voer, had in de periode voor het binnenlopen met  ons verbinding gemaakt, zodat menig telegrafist/telefoniste de scheepsnaam herkende of zelfs kon vertellen er ooit op gevaren te hebben. Buitenlandse marconisten wisten vaak niet dat ze PCH en zijn imposante antennepark op slechts honderd meter afstand voorbijgleden en het gebeurde dan wel eens dat ze, om zich te melden, hun zender op vol vermogen afstemden, zodat de kuststationtelegrafist hevig verschrikt en verwensingen uitend, zijn koptelefoon op tafel legde. Je hoefde dan niet te raden wie er zat te seinen. De morsetekens spetterden uit de koptelefoon, waarna het schip er nog maar eens op gewezen werd, dat je je volgens de internationale regels 3 mijl uit de kust diende af te melden. We hadden er zelfs even naar toe kunnen lopen om de marconist in de sluis uit te kafferen.

Scheveningen Radio, sluiseiland IJmuiden 1951-1972

Rechts: chef seinzaal (Louis De Fauwe), midden: de bladenkast, rondom: de telegrafisten, achter de ruiten: de telefonieafdeling.

Seinzaal

Rechtsmidden de 500 (Jan Maassen). Boven en onder: de 461 (Ton Retrot) en 421 kHz (Ton Meesters). Rondom: de KG-telegrafisten. Midden: de bladenkast met Leo Roosenboom. Midden achteraan: hr. Vermeulen, rechts van hem Joop Groebe.

De directeur van PCH, de hr. van Geel had hart voor 'zijn' kuststation. Scheveningen Radio was inderdaad wereldberoemd in de scheepvaart en menige rederij in het buitenland, zelfs tot in Japan stuurde telegrammen via PCH naar haar schepen. Dat was o.a. wel te danken aan het PR-beleid van hr. Van Geel, die vanuit zijn aquarium de seinzaal en de telefonie kon overzien en regelmatig zijn rondje deed, alsmaar vragend: "Is het druk?" "Ja meneer, het is zeer druk," ook als er niets te doen was, waarna Van Geel, geheel bevredigd zijn kantoor weer opzocht en verder heerste. Hij presteerde het op een dag, toen er een of andere directeur-generaal der PTT op bezoek kwam, bij elke telegrafist de telegrammenbakjes vol te laten proppen met telegrammen uit het archief, om toch vooral maar de indruk te wekken dat hij wel tweemaal zoveel personeel kon gebruiken. Voor het personeel was hij een nationale ramp, want onderuit zitten en ontspannen kletsen lokte de directeur uit zijn vissenkom en werd al gauw bestraft met de vraag: "Heeft u niets te doen?" "Nee meneer, het is nu even stil." "Dat kan niet, op Scheveningen Radio is het altijd druk!" beet hij dan fanatiek terug. Het was maar goed dat hij alleen tijdens kantoortijd aanwezig was.

Enkele telegrafisten konden met de “bug” seinen, een mechanische halfautomatische heen-en-weer seinsleutel, die door een trilmechaniek punten geeft (duim naar rechts drukken) en waarmee je zelf de strepen moet maken (wijsvinger naar links drukken). Maar het was niet toegestaan, want het seinschrift wordt er bij sommige telegrafisten niet beter op. Een opengevouwen dienstmededeling  moest de bug verdoezelen en de telegrafist seinde even met de gewone op-en-neer sleutel. Van Geel had dit nou nèt niet in de gaten.

De mechanische halfautomatische bug (waarin een verstelbaar mechaniek om de seinsnelheid te kiezen). Om te seinen, paddle naar rechts: automatisch punten. Paddle naar links: zelf de strepen maken. Hier kun je dus de  handpalm op de tafel laten rusten en de kans op RSI vermijden.

Onder: De ouderwetse gewone op-en-neer-seinsleutel. Je zit aan de tafel met je bovenarm verticaal, onderarm even hoog als het tafelblad, seinen uit polsgewricht (kon eventueel RSI veroorzaken, maar ik heb nooit iemand er over gehoord). De schroef achter het midden met de veer eronder is voor het persoonlijk instellen van de voorkeur voor die veerspanning. De schroef achter is voor het instellen van de slagwijdte. Deze is meestal hetzelfde als de dikte van een sigarettenvloeitje.

Onder: De modernere gewone seinsleutel van Junker a/b van de Nederlandse schepen. U kunt hier duidelijk de slagwijdte zien die veel te groot is, waarschijnlijk voor de foto.


Onder: De elektronische seinsleutel. De rechterpaddle naar links duwen (autom. strepen), de linkerpaddle naar rechts duwen (autom. punten). Een snelheidsregelaar en zelfs 3 programma's om voorgeprogrammeerde standaardoproepen te zenden.


Maar, we hadden het over de directeur. Door al dat geloer vanuit zijn glazen kantoor, overkwam het mij als stagiair in 1957 ook dat ik nietsvermoedend bij Van Geel ontboden werd en te horen kreeg dat ik niet hard genoeg werkte. Ik was het er niet mee eens, want mijn werk was afhankelijk van vraag en aanbod. Ook hier had je spitsuren en daluren. Ik informeerde bij de dienstdoende chef-seinzaal, de heer Esmeijer, maar deze wist nergens van. Hij was trouwens een van de sympathiekste chefs, terwijl een ander mannetje wel vaker verdacht werd van een bruine arm. Het leverde me weliswaar niet de zak op, maar tijdelijk 'verbanning' naar de administratie, een afdeling waar alle verzonden en ontvangen telegrammen op lijsten werden vermeld, teneinde deze te verrekenen met degene die het geld nog in kas had. Dat kon een PTT in binnen- of buitenland zijn (richting wal schip), of een rederij (richting schip wal).

De telegramkosten bestaan n.l. uit drie delen: een bedrag voor de PTT-landlijn, een voor het kuststation en een voor het schip. De internationale munt hiervoor was de goudfranc, een denkbeeldige munt met een denkbeeldig goudgehalte en een vaste koers.
Op zich was het geen nutteloos werk, want zo leerde ik hoe mijn toekomstige scheepstelegrammen financieel afgehandeld werden, alvorens in het archief te verdwijnen. Een aangenaam feit was, dat ik op deze afdeling mijn vriendin, c.q. verloofde, c.q. echtgenote, c.q. ex leerde kennen. Na enkele weken werd ik weer operationeel als reservekracht ingedeeld.  Ook nadat ik gediplomeerd van school ging, in afwachting van mijn eerste zeereis. Zie onder Koopvaardij: Oranjestad.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Het kuststation werd in 1904 opgericht te Scheveningen. Echter het zenden met meerdere zenders tegelijk, plus het tegelijkertijd ontvangen op dezelfde locatie veroorzaakte storing in de radio-ontvangers. Dus werd het station gesplitst in twee locaties: Scheveningen als zendstation met de middengolfzenders  en IJmuiden als station met “afstandsbedienend” personeel d.m.v. kabelverbindingen. In Kootwijk op de Veluwe kwamen de kortegolfzenders. De naam Scheveningen moest echter gehandhaafd blijven, omdat schepen wel eens zenders van kuststations peilden om hun positie te bepalen. De stationsnaam IJmuiden zou dan een volkomen verkeerde positie opleveren.
Na enkele verhuizingen in IJmuiden was het kustradiostation van 1951 tot 1971 gelegen op het 'eiland' tussen de Tweede en Noordersluis in het IJmuidense havengebied. Omdat alle zeeschepen met bestemming Nederland al dagen of weken lang met ons in verbinding waren, was het juist leuk als ze links en rechts langs de vensters voorbij voeren, richting Amsterdam, Velsen of Zaandam, danwel naar zee gingen. Natuurlijk waren daar ook schepen bij waarop we zelf gevaren hadden. Dat was extra leuk. Dan kwamen de verhalen en anecdotes los. Ook de grote ertstankers, die langs de kade van de Hoogovens lagen, kon je zien. En dan had je natuurlijk de steiger van Bureau Wijsmuller in het zicht, waaraan fameuze sleepboten, zoals de Noord Holland en de Jacob van Heemskerck soms lagen afgemeerd.

Van de groep collega-telegrafisten had ongeveer 80 procent gevaren. PCH behoorde als hoogwaardig en respectabel familielid bij de koopvaardij. Scheveningen Radio was wereldwijd bekend bij de rederijen, vanwege de goede communicatie. Dat kwam o.a. door het bezielende beleid van de overigens niet zo geliefde heer C. van Geel. Maar deze was na mijn vaartijd inmiddels gepensioneerd en opgevolgd door de adj. directeur B.H. van Eykelenborg, die op zijn beurt Hr. Westerterp, broer van de ex minister, als adjunct kreeg. Met dit duo verliep de communicatiesfeer een stuk prettiger.

Ik moet toch een wapenfeit van Van Geel vermelden: het proefdraaien met computergestuurde TOR (Telex Over Radio). Er is n.l. in tegenstelling tot de Marine (NATO), bij de koopvaardij nooit met de 'ouderwetse' radiotelex gewerkt. Het systeem was n.l. zeer gevoelig voor fouten bij een matige tot slechte radioverbinding, zodat men het weinig zinvol vond om koopvaardijschepen er mee op te zadelen. Morsetelegrafie was de mooiste verbinding. De oren c.q. hersens van een marconist interpreteren meestal beter dan de telex, wat er tijdens een storing wordt geseind. Denk maar aan het door elkaar praten in een groep en toch de persoon verstaan met wie je in gesprek bent. Maar een telex snapt er niets meer van. Totdat een radiotechnisch ingenieur van de (Nederlandse) PTT een telexsysteem ontwierp, dat met behulp van een ingebouwde computer even wachtte tot de verbinding aan de ontvangstzijde goed was en foutloos de tekens kon ontvangen. De zendende telex was identiek aan de ontvangende en beide computers communiceerden met elkaar alvorens de typewriter te laten tikken. Als de kwaliteit van de radioverbinding oponthoud veroorzaakte, was dat nu geen probleem meer.

Directeur Van Geel promootte en introduceerde het nieuwe systeem op PCH in 1957. De Griekse reder Stavros Niarchos, die vaak op zijn jacht Creole/VPTG verbleef en vanaf dit schip zijn tankervloot in de smiezen hield, werd warm gemaakt voor het experiment. Alle telegrammen van de Creole kwamen ook via TOR perfect binnen. Zo konden we ook zien welke prinsen, prinsessen enz. voor een reisje aan boord werden uitgenodigd. Het telexsysteem werd een groot succes. TOR is nu wereldwijd in gebruik, volautomatisch, zonder tussenkomst van een operator, en tegenwoordig natuurlijk ook via de satelliet.

Er waren diverse afdelingen op PCH: De seinzaal (telegrafie), de telefonie, de marifoon, de landlijn (telexafdeling), de technische dienst, de administratie, de kantine (Rie is overleden in 2009), het bureau personeelszaken en de directie.

Het radioverkeer was er zeer druk met telegrafie en telefonie. Op de telefonie zaten bij voorkeur meisjes en dames, hetgeen echt wel een attractie was voor stuurlieden en marconisten. Vrij veel relaties en huwelijken zijn hieruit ontstaan.

In de kortegolf waren vijf banden voor telegrafie en telefonie toegewezen aan de scheepvaart. Tijdens spitsuur zaten soms vier telegrafisten in één band met de schepen te werken. Via een verkeersleiderspost kon je d.m.v. lampjes alle werktafels in de gaten houden om te zien waar het druk of niet druk was, zodat de bezetting optimaal kon worden ingedeeld. Vooral in de periode voorafgaand aan de Kerst was het een drukte van belang. De grote passagiersschepen, zoals de Nieuw Amsterdam/PGGF, Oranje/PGOF, Johan van Oldebarnevelt/PFEB, Willem Ruys/PIQF, Statendam/PHSC, Rotterdam/PHEG hadden soms tientallen telegrammen tegelijk voorhanden. Dat was best wel lekker werken. En dan waren er nog de grote schepen van de Marine: vliegdekschip Karel Doorman/PADA, de kruisers De Ruyter/PAEP en Zeven Provinciën/PAEO, die elk ook honderden bemanningsleden hadden.

Veel schepen met telegrafie herkende je al bij het oproepen voordat ze gezegd hadden wie ze waren, b.v. door het handschrift van de telegrafist, of het type zender aan boord, zoals de tankers van Gulf, de onderzeeboten, Russische schepen en jonge telegrafisten, die blijkbaar hun eerste reis maakten. De laatsten veroorzaakten door hun geringe ervaring wel eens problemen en het gezucht van de man op PCH was dan duidelijk te horen, terwijl hij in 'blokletters' (langzaam met extra spaties) trachtte de marconist van het schip een en ander duidelijk te maken. Ooit kreeg collega Jaap Goedemans een complimentje van een buitenlands schip: "You are a very good operator." Had hij dit maar niet in het logboek gezet, want prompt zette een aflossende collega voor de grap NOT ertussen. Wij zaten op te letten toen Jaap, die net als iedereen nog even terugbladerde tot het stukje waar hij er het laatst gezeten had, tot zijn ergernis zag dat er nu stond: "You are NOT a very good operator." Gelach rondom. Dezelfde Goedemans had zich een auto aangeschaft van het Nederlandse merk Glas. Hij had gehoord dat een motor goed warmgedraaid moet zijn en aangezien hij slechts een paar kilometer van PCH verwijderd woonde, reed hij kilometers extra. Ook dat wekte de nodige hilariteit op.

Er waren wel eens meningsverschillen tussen collega's die gevaren hadden en zij die niet gevaren hadden, over de werkwijze van een schip. Het kwam vaak voor dat schepen niet volgens de voorschriften aanriepen, maar dat was uitsluitend om het gemak ervan. Want met een goed verstaander is het met een half woord (letterlijk) lekker werken. Maar de eigen kweek had daar wel eens moeite mee, zelfs de allrounder en senior Jan van Latum. Uiteindelijk legde hij zich er maar bij neer en menigmaal verzuchtte hij: "Het zal wel komen, omdat ik niet gevaren heb." Het werd alom een gevleugelde uitdrukking.  

Het gespeld afroepen van de roepletters van schepen was soms een sport om origineel te zijn. I.p.v. het gebruiken van de Alfa Bravo Charlie spellingsmethode verzonnen we grappige woorden. Zo riep Cor Bothof toen hij de Griek SZOZ 'aan de lijn' had: Simon Zie Omme Zijde. Het schip Waal/PILE werd afgeroepen als Pielewaal. Andere schepen hadden een bijnaam als je wist dat de telegrafist een bekende reserve-collega was. Zo heette de Liberiakust:  Hoebekust, omdat Jaap Hoebe, zoon van de chef seinzaal, later leraar zeevaartschool Rotterdam, ook vaak op PCH een dienstje kwam doen. Een andere collega, Joost Schuitemaker van Radio-Holland, was ook gedetacheerd op PCH. Hij trouwde met radiotelefoniste Marjoke Stoop. Marjoke nam ontslag en voer mee met haar echtgenoot op de Straat-boten. Maar als zij zich meldden werd geroepen: Straat Stoop! Joost heeft gevaren van 1965 tot 1994 en is zendamateur ZS5S, met website. Ze wonen al tig jaar in Zuid-Afrika.

Op een dag zat ik aan de noodgolf van de telefonie (2182 kHz) en zag in het logboek, dat de vorige dag een SOS vermeld stond. Het zou een Engels schip geweest zijn, dat in morse liet weten dat het “oninire” was. Niemand had er iets van begrepen en het 'schip' seinde ook verder niets meer. Bovendien hoort een SOS-bericht in morse helemaal niet op deze telefoniefrequentie; dus moest het vals zijn, maar negeren mag ook niet. Toen ik er dus de volgende dag zat, kwam het SOS weer. Hetzelfde schip en weer “oninire" in de tekst. Even nadenken wat oninire moest betekenen. Onaneren was het vast niet. We kwamen op: on fire, want de f in morse ..-. werd niet goed geseind. In plaats daarvan hoorde je 'in' ( ..  -.) Een kwestie van slecht seinschrift. Het zou echter wel sterk zijn, dat hetzelfde onbekende schip meldde op twee verschillende dagen in brand te staan. Via de telefoonlijn verzocht Humber Radio ons om geen antwoord te geven. In Engeland bleek dat het een etherpiraat was. Men was daar bezig hem te peilen.

We hadden een radiotelefoniste met een Italiaanse vader en een Russische moeder. Kan ook andersom zijn geweest. Ze sprak vloeiend Italiaans en aardig Russisch. Als ze dienst had kreeg zij uiteraard de Italiaanse en Russische schepen die ons op de 2182 aanriepen naar zich toegespeeld op haar werkkanaal. Mijn neef Klaas van Slooten leefde zich uit op Spaanse schepen die ons aanriepen met Es-tsjebbenin-gen Radio!!! Birgitta Bakker, dochter van een Zweedse moeder, sprak vloeiend Zweeds en uiteraard kreeg zij alle Skandinavische schepen. Ik wilde niet achterblijven, want de voordeur waar ik aan zat (2182 Hz, tevens noodgolf), leek mij uitermate geschikt om indruk te maken op de hele Noordzee en 's nachts een deel van de Atlantic. De kuststations in wijde omgeving moesten maar eens weten dat van alle stations de intelligentsia in IJmuiden was gevestigd, hi. En dus toog ik in 1969 met mijn bandrecorder naar Gitta's adres, alwaar ik tientallen tevoren genoteerde zinnen liet inspreken door pa, ma en Gitta. Zo kon je toon- en de accentverschillen goed vaststellen. Met een schat aan informatie ging ik thuis alles instuderen, met moeder Bakker als het ultieme voorbeeld. Ook mijn dochtertje van drie, kende door het  meeluisteren al snel alle Zweedse zinnetjes uit haar hoofd en leek werkelijk alsof zij het nog beter deed dan ik en Ma Baker. Een kleine greep: Vem kallar Scheveningen Radio? Wie roept Scheveningen Radio. Jag har en samtal. Ik heb 1 gesprek. Det aer mycket störninger. Var god repetera. Er is veel storing. Herhaal a.u.b. Har ni en annan arbetsfrekvens? Heeft u een andere werkfrequentie? etc. etc. Ook met een schip in nood was rekening gehouden. Behöver ni rettningsbot? Heeft u een reddingboot nodig? Hardstikke leuk om te doen en je in gedachten voorstellen dat op al die Skandinavische kuststations iemand tegen een collega zou zeggen: "Hej, op PCH zit een Zweed! Snap jij dat nou? Lijkt me sterk!" Prompt gebeurde het wel eens dat zo'n schip een heel verhaal ging houden. Ook daar had ik op gerekend. Omdat ik er geen barst van verstond had ik de volgende zin gereed: Var god svara pa Engelska. U raadt het al: A.u.b. antwoord in het Engels. En dus viel ik ineens door de mand bij de collegae in het hoge Noorden. Nog heel erg bedankt Gitta! Dat kan ik je nu hier op deze site nog eens mooi laten weten, sinds jij je in mijn  gastenboek hebt gemeld en het hele verhaal mij toen weer te binnen schoot. Overigens heb ik er later wéér veel gemak van gehad, want als ik tussen Noorwegen en IJsland lag te drijven met het weerschip Cumulus, belden we vaak naar huis via Orlandet Radio. Ik wist inmiddels ook in het Noors aan te roepen (klein verschilletje) en dat werd zo op prijs gesteld dat ik voor een gesprek van 10-15 minuten slechts de minimum 3 minuten hoefde te betalen. We hadden echter ook wel eens de idee dat de enige dienstdoende operator naar het toilet was gegaan, want als je klaar was met je gesprek bleek dat hij nog even niet aanwezig was. Dus kon hij ook niet weten hoeveel minuten het gesprek feitelijk had geduurd. Ook als er noorderlicht was en daardoor de verbindingen naar Bracknell in Zuid-Engeland te slecht waren, deed ik de berichten van de weerballon met 85 cijfergroepen ook in het Noors. "Orlandet Radio, dett aer vaerskip Cumulus, kann ni höre mej?" Jag komm two nul viere ni (ik kom op 2049 kHz).

Het indelen van de kantinepauzes was de taak van de chef seinzaal. Rietkerken, van geboorte een Hagenaar, was er mee bezig en vaak hoorden we hem mompelen op z’n Haags met de dunne l: “En om hallef ellef ga ik zellef." Toen het personeel de beschikking kreeg over één gezamenlijke makropas, bestelde Rietkerken o.a. 12 rollen wc-papier. Tenminste, dat dacht hij. Maar hij uitte later zijn verbazing met de mededeling dat hij nu 12 pakken met elk 12 rollen = 144 in huis had.

In 1956 kwam de Statendam/PHSC in de vaart. Tijdens de proeftocht op de Noordzee kreeg het schip ineens een blackout en dreef stuurloos rond. Dat was kaassie voor de sleepboten van Wijsmuller en Smit, felle concurrenten van elkaar. Natuurlijk voelden wij meer affectie met 'onze' IJmuidense Wijsmuller, maar wij hadden er geen invloed op. Het lukte Wijsmuller het bergingscontract af te sluiten en triomfantelijk naar Rotterdam te varen, met de Statendam op sleeptouw. Én natuurlijk hatelijk toeterend bij Maassluis. Na enige dagen werden wij verrast met taarten en wijn, maar dat kwam wel vaker voor. We mochten het als ambtenaar zijnde, eigenlijk niet aannemen, maar wie daar op let... Smit was er echter heilig van overtuigd dat wij Wijsmuller een handje hielpen. Hoe? Dat zouden we zelf niet geweten hebben.  De sleepbootkantoren luisterden immers zelf ook 24 uur per dag op de noodfrequenties. Maar het scheen dat de Wijsmullertjes de kunst verstonden achteruit te praten, zodat Smit niet begreep waarover ze het hadden.

Op 12 dec 1969 zat Ivo Walbeek in de kortegolf telegrafie (16 MHZ), samen met nog een collega, die met een schip werkte. Het was ongeveer 17.00 uur. Ivo zocht in de roepband, hoorde: SOS PCH de PJMO roepen en seinde onmiddellijk terug. De collega riep: "Wie pikt daar m’n zender af?" Het is niet gebruikelijk dat iemand de zender van z'n collega via een speciale schakelaar wegpikt, als die nog bezig is met seinen, maar de break-in schakelaar was wèl hiervoor bedoeld. "Ik!" riep Ivo, "Ik heb SOS". Dat zou dan voor 't eerst in de geschiedenis zijn dat er in de 16 MHZ een SOS werd ontvangen en er werd dan ook rondom Ivo nogal ongeloofwaardig gereageerd; maar het was echt zo. Aan een onbemande tafel werd een ontvanger afgestemd en zo kon de rest van de aanwezigen die op dat moment niet werkte, meeluisteren. Het bleek een zinkend Nederlands schip, de gloednieuwe Shell mammoettanker Marpessa/PJMO.

Op haar tweede reis van Rotterdam naar Mena Al Ahmadi, vond er in tank V tijdens het tankwassen een zware explosie plaats. Over een grote lengte werd het dek opengereten en brak er brand uit. Ze bevond zich toen circa 100 mijl NW van Dakar op de positie 16.05N en 17.48W. Er vielen twee slachtoffers t.w. twee Chinese onderofficieren.

De telegrafist meldde zich dus bij ons in de kortegolf en schakelde even later over naar de telefonie, zodat de gezagvoerder het een en ander met het Shellkantoor kon afhandelen. Er werd een extra telefoniekanaal gereserveerd, zodat de marconist te allen tijde zijn ei kwijt kon en elk uur een radiocheck kon doen. Het zinken duurde nog vrij lang. Inmiddels was de bemanning op 13 december van boord gegaan en opgenomen door de Britse Shelltanker Serenia, terwijl de gezagvoerder en zijn marconist het nog wel even konden uithouden.

Vroeg in de ochtend van de 14e december riep de marconist plotseling: "Scheveningen Radio, Marpessa ...! Ik weet niet wat er aan de hand is, maar het zal nu niet lang meer duren. Het dek ligt steeds lager en ik hoor een hevig gesis van stoom!" Een minuut later: "Scheveningen Radio, Marpessa ... Ik durf 't haast niet te zeggen ... maar de kapitein heeft koffie gezet en op de hete kookplaat gemorst ..." Een paar uren later was het dan toch gebeurd: "We zinken nu definitief en gaan van boord. Hartelijk dank voor de service."

De Marpessa verdween  in de golven, nog geen twee maanden nadat ze was opgeleverd. Ze had toen de twijfelachtige eer het grootste koopvaardijschip te zijn wat verloren ging.

MARPESSA


Bij een ander geval werd een spoedoproep heel langzaam geseind. Het was de stuurman van een Nederlands schip, die meldde dat de radio-officier plotseling was overleden door elektrocutage bij onderhoudswerkzaamheden. Wij probeerden de stuurman, met ook zeer langzaam seinen, duidelijk te maken om naar de telefonie over te gaan. Dat lukte. Het schip was in de buurt van Noord-Afrika op weg naar Antwerpen. Tot aan Antwerpen mochten de stuurman en de gezagvoerder ons direct aanroepen en wij hielden ook voor hen een extra ontvanger stand by.

En wat te denken van een hevige langdurige storm, waar het water nog maar een meter onder de bovenrand van de sluisdeuren stond en je afloste op de 2182 kHz, waar al diverse schepen in nood zich gemeld hadden. "Ik heb nu vier schepen in nood, Humber Radio twee en Norddeich twee." "Okay." Dan ga je zitten en er komen nog een paar schepen bij. De een te ver weg, de ander vlakbij. Sleepboten die uitvaren, oproepen en proberen vast te maken. Prachtig werk voor Scheveningen en collega-kuststations, om er min of meer controle over te hebben.

In 1971 verhuisde Scheveningen Radio van het sluiseiland naar een nieuw PTT-gebouw aan het Marktplein in het centrum van IJmuiden. Het telefoonnummer werd gewijzigd in 19104 (negentien honderdvier = het oprichtingsjaar). De officiële opening werd verricht door prinses Beatrix d.m.v. een hele grote seinsleutel. Ik sprak daar ook Fred Emmer, de NOS-journaallezer. Er werd gezegd dat Fred in de uitzending op een stoel met kussens zat. Nou,dat moest wel waar zijn. Fredje was denk ik 1.50 m. Maar goed, het nieuwe gebouw: gelukkig was het uitzicht vanaf de vierde verdieping nog zodanig, dat je het Noordzeekanaal kon zien, maar dat was toch wel erg ver weg. De leuke werksfeer, en de langs de vensters passerende schepen, waaraan we zo gehecht waren, was daardoor grotendeels verdwenen. Ook de ontvangst was niet meer zo optimaal als met de eigen antennes op het sluiseiland. De antennesignalen kwamen nu binnen d.m.v. een straalverbinding uit Nederhorst den Berg via de PTT-toren in Haarlem. Eind 2008 is het gebouw gesloopt.

In mei 1972 ging ik liever terug naar het weerschip Cumulus/PBVQ van de Rijksluchtvaartdienst, waarop ik voer tot mei 1981. Scheveningen Radio werd gesloten op 31 december 1998. Deze gelegenheid was tegelijkertijd een reűnie, waarbij ik ook met honderden ex collega's aanwezig was.

We lagen met de PBVQ op station tussen IJsland en Groenland. In de verkeerslijst zat al een paar dagen het callsign van een vliegtuig. Aangezien ik verbinding met vliegtuigen en de luchtverkeersleiding had, dacht ik het telegram te kunnen overnemen, om het via mijn eigen kanalen te laten afleveren. In de KG A3 zat Jaap de Haas. Ik riep hem voor de grap in het Engels aan: Scheveningen Radio this is ocean station Alpha. Jaap antwoordde ook  in het Engels. Daarna zei ik in het Nederlands dat ik het telegram voor dat vliegtuig wilde overnemen. Even was het stil, toen vroeg Jaap: "Bent u soms de Cumulus?" Ik zei: "Ja." Jaap pissig: "Waarom zegt u dan niet dat u de Cumulus bent?" "Omdat ik nu ocean station Alpha ben." Dat vond Jaap niet leuk, maar hij gaf het telegram. SRI Jaap.

Het volgende verhaal en anecdote komt van radiotelefoniste Suzan Hoebe-Goudberg:

"Tijdens mijn dienstperiode (1961-1965) als radiotelefoniste en telexiste op Scheveningen Radio in IJmuiden, leerde ik mijn echtgenoot Jaap Hoebe, eh ... in het echt kennen. Hij voer destijds als radiotelegrafist op de Van Spilbergen/PIEC, van de KPM. Zijn vader was chef seinzaal. Jaap leerde mij in eerste instantie  draadloos kennen. Vaak bemiddelde pa Hoebe bij een telefonieverbinding via de seinzaal. Vrijgezel Jaap kende de gang van zaken op Scheveningen Radio zeer goed. Hij werkte daar al in zijn HBS-tijd en zeevaartschool tijdens weekends en vakantie aan de bladenkast en later ook in de radiotelefonie en -telegrafie. De familie Hoebe woonde evenals ik,  in Haarlem. In een hoekje van zijn kamer stond een HRO-ontvanger altijd stbi op de 500 en bijbehorende frequenties. Een L-antenne hing boven de tuin.

Jaap kwam vanuit Hong Kong voor studieverlof voor zijn Eerste Klas Rijks en Radio-Holland. Vermoedelijk ook wegens voortdurend chronisch geldgebrek zat hij weer in de weekeinden en vakanties samen met wat klasgenoten achter de seinsleutel op PCH. Die klasgenoten waren o.a. Jan Gruben en Klaas Meijer. Jan is met PCH-meisje Pat Muis getrouwd. Jaap vroeg mij op een gegeven moment voor een kerstbal van RH in Amsterdam. En zo is het gekomen. Na de studie ging Jaap even op reis met de gloednieuwe Straat Franklin. We hadden gedurende die twee jaar regelmatig contact via de radiotelefonie. Jaap kwam terug in 1965 en trouwden in september. We kregen geen  woonvergunning omdat we niet economisch aan Haarlem gebonden waren. RH regelde een flat in Hoogvliet. Zelf werd ik overgeplaatst naar de Telegraafdienst in Rotterdam. Voor Jaap was het weer tijd om te gaan varen. Dat werd de Liberiakust van de Holland West Afrika Lijn. Het waren 8 weken reisjes, waarbij ik regelmatig mocht meevaren. Jaap heeft ruim zes jaar op dit schip gevaren. Pa Hoebe ging met pensioen. Hij werd 88 jaar oud en overleed in februari 1993 in Oegstgeest. Zijn weduwe overleed in datzelfde jaar.

Tijdens verlof gingen wij veel kamperen, met name in de buurt van Land's End Radio/GLD. GLD bleek toevallig op loopafstand te liggen. We gingen daar wel eens kijken en raakten zo bevriend met onze collega's daar. In 1970 werd Jaap docent aan de Rotterdamse zeevaartschool. Tijdens een schoolvakantie waren wij op een dag op GLD, waar Tom Eaves op dat moment dienst had. Het kuststation had alleen MG (2182 kHz en een werkfrequentie), 500 kHz en 438, en VHF 16 met twee werkkanalen. Het was nog in de tijd dat Nederlandse zeeslepers op vele strategische posities op station lagen. Zo lag in de baai van St. Just de slb Utrecht van Bureau Wijsmulller op station. Men had daar aan boord een vaste telefoonlijn met GLD. Er waren twee marconisten a/b, zodat gedurende 8 uur per etmaal door GLD werd uitgeluisterd.

Tom Eaves was even afgelost aan de 500 kHz door Jaap. Hij stond met mij te praten toen opeens uit de luidspreker van kanaal 16 een oproep van de Nederlandse bulkcarrierr Thuredrecht van Phs van Ommeren klonk: Land's end Radio, this is Dutch motorvessel Thuredrecht, Papa Hotel Yankee Papa, do you read, over! Tom vroeg mij even in het Nederlands te antwoorden... Hallo Thuredrecht, dit is Land's End Radio, ik ontvang u luid en duidelijk, wat kan ik voor u doen, Over ... Het was even stil .... Bent u echt van Land's End Radio, mevrouw...? Ze wilden een telefoongesprek met Rotterdam. Dat in de middengolf geen gebruik van PCH werd gemaakt was logisch. Bellen via de VHF in de buurt van een Brits of Frans kuststation was veel goedkoper. Via een Frans kuststation (wist ik uit de praktijk a/b van de Liberiakust) werd men doorverbonden met een of ander centraal postkantoor, waar geen woord Engels werd gesproken. Daar begreep men in het begin niet eens dat men een buitenlands zeeschip aan de lijn had en van Papa Foxtrot November Whiskey had men nog nooit gehoord.

Ja, ja die Thuredrecht. Ik heb op het werkkanaal het schip met het gevraagde nummer in Rotterdam doorverbonden. Na het gesprek uitgelegd hoe de vork in de steel zat. Het grappige was dat kennelijk binnen het VHF-bereik meer Nederlandse schepen voeren. Ineens werd GLD driftig in het Nederlands aangeroepen. Ook een Duitser probeerde het in het Duits, maar dat hadden we allemaal op de cursus op PCH geleerd. Geen probleem dus. De verkeerslijst heb ik op verzoek van Tom ook maar in het Duits op kanaal 16 aangekondigd: Achtung, achtung von Land's End Radio Küstenfunkstelle .... Die lui dachten in eerste instantie met Norddeich Radio te maken te hebben. Dat hadden we eens op PCH moeten poberen... Jaap heeft eens op kanaal Anna een schipper van een trawler tijdens een gesprek met de Radiomedische Dienst uitgelegd wat de dokter met purgeren bedoelde: Of ie ook schijten kan, schipper! Leiden in last wegens ongeoorloofd taalgebruik; pa Hoebe razend op Jaap! We hebben nog steeds contact met Tom Eaves. Die is ongeveer gelijk met Jaap leraar op het Plymouth Nautical College geworden.

De PCH-meisjes van toen hebben nog regelmatig contact. Zij hebben zich verenigd in de PCH-Bunzen Club. Ieder jaar wordt bij één van ons thuis een reünie gehouden." Tot zover Suzan Hoebe-Goudberg.

Voor een QRJ werkte ik graag met Dick Klijn. Vaak waren we net te ver weg voor de middengolf. Dus de 4110 had de voorkeur met kanaal A/D, B, C, E/F. Alleen was op PCH niet iedereen erg gecharmeerd van crossband werken. "De Cumulus? Dat zal Fernhout wel weer zijn." Maar als je iemand in de MG trof die zendamateur was, zoals Dick, was er niets aan de hand. Onze scheepszender had echter alleen A3 en geen A3j. Ook dat gaf wel eens QRK 2, ondanks het vermogen tot 1 kW. Mijn eigen amateurzender (100 watt)  kon met ssb ook op 4110 komen, omdat de schaal 600kHz was. Dus 3500-3800 was officieel, plus 300 om andere redenen. Dus Dick stuurde mij  van de MG naar de 4110 en als daar QRM zat een klein beetje ernaast. Diverse bemanningsleden belden storingsvrij naar huis via mijn eigen zender en nog voor het MG-tarief ook! Dick en ik hebben het er nog wel eens trots over als we elk jaar in april het wereldwijde Radio Maritime Day-weekend draaien. Dan is PCH ook op de amateurbanden als PA6PCH en veel andere voormalige kuststations en ex radio-officieren met een amateurzendmachtiging, die hun laatste schip vermelden:

Zaterdag 14 april 2007 - de herdenkingsdatum van de ondergang van de Titanic - van 12.00 GMT tot zondag 15 april 12.00 GMT was er een wereldwijde ontmoetingsdag in morse, op de zendamateurbanden in de kortegolf tussen een hele lijst ex kuststations uit 24 landen, met enthousiast voormalig personeel en idem scheepstelegrafisten, die in het bezit zijn van een amateurzend machtiging. Dit evenement was ruim tevoren georganiseerd en internationaal bekendgemaakt en natuurlijk op welke frequenties dit zou gebeuren. In het clubgebouw van RadioClub Kennemerland PI4RCK te IJmuiden kregen wij volop de gelegenheid ons ouderwets uit te leven op de seinsleutel. De roepnaam van de deelnemende kuststations was herkenbaar aan het oorspronkelijke call sign. Zo kreeg Scheveningen Radio/PCH de roepletters PA6PCH. PA is de nationaliteitsherkenning (Nederland is PA t/m PI) en het cijfer 6 betekent dat er iets bijzonders mee is. De kuststations onderling vonden elkaar en vooral vele ex scheepstelegrafisten meldden zich vanuit het Verre Oosten tot het Wilde Westen en van Noordpool tot Zuidpool. Hen werd verzocht - anders dan tussen zendamateurs - de sterkte en de leesbaarheid van het signaal te geven in de Q-code, hun voornaam en de roepletters van ooit hun laatste schip.  Zelfs de verplichte stilteperioden (elk half uur: 15-18 en 45-48), zoals beschreven in  mijn hoofdstuk over de Oranjestad, werden in acht genomen; tenminste, dat was de bedoeling. Het leuke was ook dat als je op de voorgeschreven wijze eenmaal een nieuwe verbinding had gemaakt, je de nationaliteit PA6 verder maar wegliet en uitsluitend als PCH werkte. De ex scheepsmarconisten vonden dat wel leuk en riepen ook PCH aan zoals ze dat destijds gewend waren. Net echt dus! Nu maar hopen dat de Radio Controledienst dit okay heeft gevonden, mochten ze eventueel hebben meegeluisterd. De bezetting moest indien mogelijk dus 24 uur draaien en gelijktijdig op tenminste twee kortegolf-amateurbanden, zodat er voldoende vrijwillige mankracht gevonden moest worden. Met dank aan collega Dick Klijn PA3DEU, die de supervisor was. En - niet te vergeten - dank aan enkele leden van PI4RCK die enthousiast voor de inwendige mens zorgden. Sindsdien is dit weekend elk jaar en internationaal rond 14 april. (Google: Radio Maritime Day).

Ikzelf PA3CBS als PA6PCH