www.scheveningenradio.nl

Old stations never die, they just fade away...

Wednesday
Sep 08th
Text size
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Marconist...; een roeping?


Mij is wel eens gevraagd hoe ik er toe ben gekomen om voor het beroep van marconist te kiezen en had daar eigenlijk een wat schimmig antwoord op, namelijk "een ingebonden jaargang". Het was tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog dat ik als 14-jarige jongen bij ons thuis op de zolder een ingebonden jaargang uit het jaar 1912 van het weekblad "Het Leven" (vergelijkbaar met het veel latere Panorama maar dan meer in gekuister vorm) aantrof. In deze *) jaargang stond niet alleen de Balkanoorlog uitvoerig beschreven, maar ook de  ondergang van de Titanic op 14 april 1912 inclusief afbeeldingen van deze gebeurtenissen. Urenlang bracht ik toen op onze zolder door om me door deze ingebonden "pil" heen te worstelen en werd vooral getroffen door de rol die beide marconisten Phillips en Bride tijdens het zinken van de Titanic hadden gespeeld. Deze ingebonden jaargang is overigens na het overlijden van mijn ouders in ons bezit gekomen en wordt nog steeds heel zuinig bewaard.

Mijn belangstelling voor het beroep van marconist was in ieder geval gewekt en leidde ertoe dat ik wat ging improviseren met radio-onderdelen voor zover dat in die tijd kon, want de Duitsers hielden dit soort activiteiten scherp in de gaten. De radiotoestellen van de Nederlandse bevolking waren niet voor niks al geruime tijd daarvoor door de bezetter ingevorderd en onderdelen nauwelijks op de kop te tikken. Op een of andere manier lukte het mij toch om een eenvoudig kristal ontvangertje in elkaar te knutselen met behulp van een kristal in een glazen kokertje, enkele honingraat-spoelen, een afstem-condensator en nog wat andere onderdeeltjes. Een aftandse koptelefoon completeerde het hele geval en na veel pielen met het kristal, de spoelen en een op een geraffineerde manier opgehangen antenne, kreeg ik het ook nog voor elkaar om de BBC in Londen te ontvangen. Tussen onze zoldervloer en het beneden gelegen plafond van de achter-slaapkamer bevond zich een holle ruimte waarin ik mijn eigen product veilig kon verbergen.

Op 5 en 6 december 1944 voerden de Duitsers in Haarlem de bekende grote razzia uit met de bedoeling om mannelijke Nederlanders vanaf 17 jaar naar Duitsland af te voeren en stond er plotseling een Duitse feldwebel bij ons voor de deur, met als gevolg dat ik mij vreselijk lam schrok. Mijn moeder deed open maar het enige wat hij vroeg, was of er jonge mannen in ons huis waren, waarop ik schoorvoetend naar voren kwam en de feldwebel vrijwel direct zei: ''er ist zu jung''. Ook al was ik ouder geweest, dan nog had hij dit waarschijnlijk ook gezegd want de hongerwinter had inmiddels zijn intrede gedaan en z'n uitwerking niet gemist gezien m'n magere lijf en ingevallen bekkie. In deze fysieke toestand zou ik trouwens de komende maanden nog een drietal honger-reizen naar de kop van Noord-Holland maken, niet per schip maar lopend met een handkar, bakfiets met houten wielen en op een fiets zonder banden om maar wat te noemen.

Van de kristal-ontvanger wisten mijn ouders lange tijd niks, maar toen in mei 1945 het Duitse leger capituleerde, was ik de eerste in onze straat die dit geweldige nieuws over de capitulatie via de BBC opving en waren mijn ouders toch wel een beetje trots op me. In ieder geval legden ze me geen strobreed in de weg toen ik hen niet veel later vertelde dat ik heel graag marconist zou willen worden en zodoende belandde ik als 16-jarige begin september '45 op de Radio Technische School in Haarlem en ging een langverwachte wens in vervulling. De RTS was gevestigd aan de Kleine Houtweg nr. 31, een soort herenhuis met op één van de bovenverdiepingen een aantal kamers die als leslokalen waren ingericht. In het leslokaal aan de voorzijde werd lesgegeven t.b.v. het Rijkscertificaat, dus stonden daar tafels voorzien van ouderwetse seinsleutels en had onze leraar (van Wylick) de beschikking over een op een listige manier in een sigarenkistje (hoog model) gefrommelde toongenerator, die met behulp van respectievelijk een seinsleutel en een oude bruinkleurige (bakeliet) ronde luidspreker van het merk Philips morsetekens ten gehore bracht. Koptelefoons waren (nog) niet beschikbaar laat staan ander electronisch materiaal omdat gedurende de bezetting ook de RTS niet aan de invorderings-drang van de Duitsers was ontkomen.

Tijdens onze opleiding kreeg de school echter toestemming om in Amsterdam radio-materiaal uit te zoeken dat nog in de zogenaamde Veem-pakhuizen lag opgeslagen en kennelijk tijdens het laatste deel van de bezetting niet naar Duitsland kon worden afgevoerd. Het achterhalen van vroegere eigenaren was niet meer mogelijk, omdat administratieve gegevens volledig ontbraken zodat de enige beperking was, dat de RTS alleen onderdelen mocht meenemen die strikt noodzakelijk waren voor gebruik in de school. Ondanks de primitieve omstandigheden waaronder onze lichting les kreeg, werd het seinen en nemen erin geramd en tezamen met de andere vakken tot één compleet examen-product gesmeed. Dat deze school met de beperkte middelen van toen in staat was op deze manier examen-kandidaten af te leveren verdient nog steeds alle lof.

Medio 1947 deed ik in Den Haag dit examen en ik weet nog dat ik zo zenuwachtig was, dat ik na het slagen voor het certificaat bij het afleggen van de eed tot geheimhouding “zo waarlijk helpe mij God allemachtig opdreunde, hetgeen mij op een reprimande van een zekere heer Hoekstra kwam te staan. Aanvang september '47 kwam ik op de praktijk-cursus van Radio Holland in Amsterdam terecht in afwachting van plaatsing op één van onze koopvaardijschepen. De heren Leijenaar en ten Hacken waren onze mentoren. Op een gegeven ogenblik kwam de heer Leynaar ons praktijklokaal binnenstormen met de vraag wie zin had om als 3e R/O op de Johan van Oldenbarnevelt/PFEB van de Maatschappij Nederland aan te monsteren. Kennelijk stak ik razendsnel mijn vinger op, want de keus viel onmiddellijk op mij, kreeg daarna de opdracht om me te laten keuren om vervolgens een bezoek te brengen aan de Waterschout voor aanmonstering. Als ik het goed heb, had Leyenaar een lijst van benodigdheden die je moest aanschaffen als je daadwerkelijk ging varen, maar dat was toen makkelijker gezegd dan gedaan want distributietijd was nog niet helemaal over. Bij de aanschaf van het RH uniform bijvoorbeeld had je textiel-punten nodig en de prijs voor zo'n uniform loog er ook niet om. Een tropen-outfit kon bruin eigenlijk niet meer trekken, dus liep ik zonder Leyenaar hiervan op de hoogte te stellen met een totaal onvolledige uitrusting de loopplank van de PFEB op.

Eenmaal aan boord meldde ik me bij de chef-R/O J.P. Wielders, die met 2e R/O Van Schooten al in de radiohut aanwezig was en kon ik als 3e R/O het geleerde in de praktijk gaan brengen, tenminste dat dacht ik. Aangezien de PFEB voor aanvang van de reis een compleet nieuwe radio-installatie had gekregen, als ik het me goed herinner een z.g. TBK/TBL unit van Amerikaanse makelij, mocht ik alleen de koperen antenne-leidingen poetsen en voor de rest alleen maar de middengolf zender bedienen. Het was natuurlijk logisch dat ik zelfstandig wacht zou lopen (H24 schip), hetgeen inhield dat ik de 600 meter mocht bewaken (ik wist toen nog niet dat op PCH de 500 heilig was verklaard!), maar van de KG moest ik met m'n handen afblijven, want de bediening hiervan was tamelijk ingewikkeld zelfs voor de chef en de 2e, die hierover wel eens aan het bekvechten waren.

Een plezierige reis werd het eigenlijk niet want J.P. was geen gemakkelijke chef en tot overmaat van ramp was er in Indië geen emplooi voor mij om op een schip van de KPM over te stappen en keerde ik dientengevolge met de Johan van Oldebarnvelt in januari '48 naar Nederland terug. RH had inmiddels de Oberon/PGLE voor mij in petto en voor mijn gevoel begon ik op dit schip pas echt de kneepjes van het vak te leren.

Frans de Vries.

*) Een leuk detail is overigens, dat in hetzelfde weekblad ''Het Leven'' uit 1912 ook nog een artikel staat over de U-Bahn in Berlijn, die toen – bijna 100 jaar geleden - onder constructie was en enorm kampte met lekkage en verzakkingen. Misschien iets voor de gemeente Amsterdam om lering uit te trekken?