www.scheveningenradio.nl

Old stations never die, they just fade away...

Friday
Sep 03rd
Text size
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Afdrukken

ms TjitjalengkaPIAD

Me Looksee

Op het ms. Tjitjalengka/PIAD van de K.J.C.P.L. –thuishaven Hongkong, waar de maatschappij Royal Interocean Lines RIL heette- bestond de equipage uit Nederlandse officieren en een Chinese bemanning. De enige Chinese officier was een purser, speciaal aan boord voor die bemanning.

In Hongkong zetelde Ah Sing –een topfiguur- die voor het aanmonsteren van de Chinezen zorgde. De gage voor de Chinezen was voor de gehele reis $Hkg 1,=. Hun inkomen dienden zij verder zelf te regelen, hetgeen dan ook ruimschoots plaats vond in de vorm van smokkel. Deze smokkelwaar bestond onder andere uit namaak Ronson aanstekers uit Japan of papegaaien uit Brazilië. Wat niet werd gesmokkeld –voor zover ons bekend- waren drugs.

Dat de heren een fortuin maakten bewijst wel het volgende. Toen ik mijn hutbediende een fooi gaf van $Hkg 50,= (toen f 30,=), bedankte hij me, alsof hij hiermee uit de brand was. Toen we echter met de launch Tji bij Blake pier meerden, zag ik mijnheer met vrouw in een gloednieuwe Chevrolet stappen. In die tijd waren wij blij met een goede fiets. De launch Tji diende voor het aan wal brengen van de bemanningen van de schepen, die in Hongkong op boeien in de baai werden gemeerd.

Wij voeren in de ASAS-lijn, hetgeen wil zeggen, tussen Japan en Zuid-Amerika. We deden vanuit Kaapstad –soms via Tristan da Cuña- eerst Rio de Janeiro aan en vervolgens Santos, Montevideo en Buenos Aires. Vandaar ging de reis via deze plaatsen weer terug naar Kaapstad.

In Argentinië en Brazilië kochten de Chinezen een enorm aantal papegaaien. Deze vogels werden in hun hutten, uitkomende op de walegang gestationneerd. Moest je beneden zijn, dan werd je horende dol van het lawaai, dat die vogels maakten. Je kon nauwelijks normaal spreken, zo’n herrie was het. Je hoefde met de dieren geen medelijden te hebben, want ze werden uitstekend verzorgd. Het was uiteindelijk hun handelswaar.

Het invoeren in Zuid-Afrika –het zelfs aan boord hebben- van vogels uit Zuid-Amerika was ten strengste verboden. Een dag voor aankomst in Kaapstad, werd door de kapitein, 1e stuurman, etc. de gebruikelijke ronde door het schip gemaakt. De Chinese purser werd verzocht ervoor te zorgen, dat geen vogels mochten worden aangetroffen bij aankomst en verblijf in de Zuid-Afrikaanse havens. De kapitein voegde er nog aan toe, dat hij iedereen zou kielhalen, als de vogels op enerlei wijze zouden worden mishandeld. De Chinese purser zegde toe voor alles te zullen zorgen.

We waren nog niet in de haven of we kregen een leger “rammetjes” –douaniers, die het schip gingen doorzoeken- aan boord. Elk verblijf grenzende aan de walegang en daaronder, werd bijna letterlijk afgebroken. Schotten werden losgeschroefd, zodat men in de ruimten erachter kon kijken en in de machinekamer werd elk hoekje en gaatje gecontroleerd. Jammer voor hen, maar ze konden niets vinden en moesten derhalve noodgedwongen alles weer netjes in orde maken. Het geheel heeft een volle dag geduurd.

De dag na aankomst ging ik de wal op om brieven voor iedereen te posten, bankzaken te regelen en de nodige boodschappen voor mijzelf en de anderen te doen.
Van het schip komende, liep je dan een hele brede kade af naar de uitgang, welke door een slagboom was afgesloten en waar het wachtgebouwtje van de douane stond. Voetgangers hadden een aparte smallere doorgang. Voor mij uit –zo’n 50 meter- liepen twee hutbedienden –Chinezen- druk met elkaar te praten. Zij waren al in de smallere doorgang, toen –tot mijn grote verbazing- uit een van de broekspijpen van de Chinees, die rechts liep, een papegaai duikelde. De –zich in het wachthuisje bevindende- douanier zag dit ook en kwam -als door een horzel gestoken- naar buiten stormen. Ik was inmiddels ook bij het wachtgebouwtje aangekomen en kon de conversatie uitstekend volgen. De douanier brulde tegen de Chinezen: 'What ship?' en 'That’s your bird'. De Chinees keek hem onverstoord aan en zei: 'Me looksee no bild, me looksee bild, how can?' Wat de dounier ook zei, de Chinees bleef onverstoord steeds hetzelfde zinnetje zeggen en keek dan hulpeloos om zich heen, alsof hij zeggen wilde: 'ik snap er niets van, wat wil die vent nu van mij?'

De douanier vroeg aan mij van welk schip ik kwam. Ik gaf hem toen antwoord en hij liet mij passeren.

Terugkomend van mijn 'zakelijke' werk aan de wal, leek het schip een heksenketel. Waar je ook maar keek en of liep, overal waren de rammetjes. Vanaf de walegang en lager werd bijna letterlijk het schip gesloopt. Protesten hielpen geen zier. Men vond echter niets, maar dan ook niets. Tegen middernacht verliet een uiterst vermoeide groep douaniers het schip, nadat alles weer was opgebouwd.

Na Kaapstad voeren we nog naar Port Elisabeth en vervolgens East-London en Durban. In elke haven weer een leger rammetjes. Gevonden werd er …niets.

We waren nog niet uit Durban vertrokken naar Mauritius of in de walegang was het weer een gekakel van jewelste. De papegaaien waren weer terug van weggeweest alsof er niets was gebeurd. Tot de dag van vandaag weet ik nog steeds niet waar ze die vogels hadden gelaten. De dieren waren volkomen gezond; de kapitein was uiterst tevreden, dat de Chinezen de dieren niet hadden mishandeld.

We voeren naar Japan en terug via Hongkong, Singapore, Mauritius naar Durban, een periode van ruim 2½ maand. Aldaar weer de gebruikelijke afbraak en wederopbouw van het onderschip. Weer werd niets gevonden.

CHCHOW CHCHOa4

Toen we Kaapstad hadden verlaten op weg naar Zuid-Amerika, werd aan de officieren door de bootsman en de voorman namens de chinese bemanning, een 'chinese chow' aangeboden, een chow die er niet om loog, zo uitgebreid en goed. De menu’s waren zelfs met goudopdruk.

We vroegen: 'waarom deze enorme eetpartij?'

'Well', werd ons gezegd: 'all bilds sold and officels no looksee bilds and no telling customs, thank you'.


Hans Polak

Oss, 1 augustus 2001

 

 

Laatst aangepast ( donderdag, 14 mei 2009 19:34 )