11 dec. 1962 - 8 jan. 1963
m.s. ALCOR/PCIR
Rederij: Van Nievelt Goudriaan en Co (NiGoCo), Rotterdam.
Kustreis Rotterdam, Antwerpen, Bremen, Hamburg, Rotterdam.
In 1976 verkocht en in 1980 gesloopt in China.
NiGoCo beheert ook de weerschepen Cirrus en Cumulus namens de Rijksluchtvaartdienst. Ik heb er nu nog geen idee van dat ik later negen jaar lang (1972-1981) op het luchtvaart- en weerstation a/b van de Cumulus in de Atlantische Oceaan zal varen.
Het is winter. Op de Elbe drijft zeer dik ijs. Het is weer eens wat anders om te zien hoe het schip al die schotsen breekt en een oplawaai geeft. Zo sta ik een half uurtje op het voorschip over de verschansing naar beneden te koekeloeren. Langs de rivier staat een seinpost waar ze het ook het volkslied van het land van herkomst van elk passerend schip afdraaien; wat een flauwekul.
In Hamburg gaan we voor het jaarlijkse knippen en scheren twee dagen in dok. Het onderwaterschip is aangegroeid met alg. In koude wateren, zoals Noordzee en Noord-Atlantische Oceaan loopt dat niet zo’n vaart, maar in tropische wateren krijgen de alg en schelpdieren alle kans; vooral als je er lang stilligt. Als het schip onder de waterlijn is schoongestraald, loop je wèl een mijl sneller. Dat is ruim een uur per dag korter over dezelfde afstand. Van Rio naar Rotterdam scheelt dat 17 uur, bijvoorbeeld. En van nòg verder al een dag, of meer. Het is -15° en een snijdende vrieswind giert door het dok. Ik hoor van de eerste stuurman dat ik kachels moet bestellen om de zoetwatertankjes van het echolood in de scheepsbodem vorstvrij te houden. Van de RH-practijkcursus uit 1959 weet ik hoe het echolood er in zo'n tank uit ziet. Maar van verwarmen is nooit gesproken. De kans dat je 's winters en dan ook nog tijdens strenge vorst in dok moet, is misschien 1 op 10 jaar. Als de stuurman niets gezegd had, zou ik het niet geweten hebben. Zodra we droog staan ga ik naar de werklieden beneden in het dok. Pas na uren worden de kachels bezorgd en onder het schip geplaatst. Het zijn open ronde gietijzeren potten, waarin een kolenvuur ligt te gloeien. Ik hoop dat het niet te laat is.
Defect echolood - Echosounder unservicable.
"Sparks, het hoeft niet meer, we zitten al aan de grond …"
Volgens het serviceboek van het echolood bevindt de zender zich in de locker van de voorste mast. Daarvandaan loopt de bekabeling omlaag naar de zend- en ontvangprojector, die links en rechts van de kiel in een tankje gevuld met zoetwater op de bodem zitten. Zo’n projector ziet er uit als een schemerlampenkap of een schotel. In de 'lampenkap' zit niet een lamp, maar een draadspoel gemonteerd. De zender stuurt na elke seconde of meer, een zeer hoge stroom door de spoel. Deze "schrikt" van die stroomstoot en produceert als gevolg daarvan een tik met een hoge geluidsfrequentie. Deze tik verplaatst zich, versterkt door de schotel door het zoetwater in de tank en de scheepsbodem links van de kiel naar de bodem van de zee; dat is de zendprojector. De echo wordt via de zeebodem opgevangen door eenzelfde gevoelige passieve spoel met schotel rechts van de kiel en versterkt naar de ontvanger en het echolood gevoerd.
Onder het schip kan ik de juiste plekken niet vinden; logisch, er is niets te zien. En als ik aan de kant ga staan, is de scheepswand te hoog en het dok te smal, om de voormast te kunnen zien. Ik klim weer helemaal naar boven en vraag de 1e stuurman hoe ik daar in de diepte de goeie plek kan vinden. Hij weet het. Het ei van Columbus: Zet eerst het echolood aan, ga dàn naar beneden en luister onder het schip naar het tikken van de geluidspulsen. Hoe dichterbij, hoe beter, tot je het als het ware kunt aanwijzen; daar zit de zendprojector. Meet dan de afstand tot de kiel en zet die weer uit aan de andere kant. Dan moet daar de ontvanger zitten. Die geeft geen geluid. Goed voor de volgende keer, maar het is voor mij de laatste. Als we na twee dagen weer te water gaan, blijkt het echolood niet te werken. Pech gehad. Ik maak een rapport voor de inspecteur.
Mijn echtgenote komt op 20 december met enkele andere echtgenotes per trein naar Hamburg om het Kerstfeest en Oud en Nieuw aan boord te vieren. Zij gaan op 4 januari weer terug. Het meevaren van echtgenotes is nog steeds niet lekker geregeld. Alleen de gezagvoerder en de hoofdwerktuigkundige hebben een tweepersoons of uitschuifbaar bed in een aparte slaaphut. Hun vrouw mag drie maanden per jaar meevaren. Vele jaren later geldt de regeling voor iedereen. Op de heel grote nieuwbouwschepen wordt elke hut automatisch twee- tot driemaal zo groot en aangepast aan de regeling. Het moet wel. Anders stoppen velen zoals ik, vroegtijdig met varen. Nu moet ik de trilleromvormer (110 volt gelijk ® 220 volt wissel) die ik voor de bandrecorder nodig had nog zien te verkopen. Dat lukt gauw, want ook op dit schip heb je zo'n ding nodig.
Rotterdam, 8 januari 1963: afscheid van de koopvaardij; niet wetende dat ik nog twee jaar naar de Marine ga, zeven jaar naar Scheveningen Radio en negen jaar weer naar zee op het Ocean Station Vessel, weerschip Cumulus bij Rijksluchtvaartdienst tot 4 mei 1981.
BUT THAT'S AN OTHER STORY.


